NOVEMBER 2013 / Febelmar newsletter

Voorwoord

De Belgische sector van marktonderzoeksbureaus houdt in deze crisisjaren stand. In absolute cijfers is er sprake van een status quo. Op zich is dat goed nieuws, zeker in een periode waarin bedrijven eerder de tering naar de nering zetten dan veel (nieuwe) uitgaven doen. Maar als we rekening houden met de inflatiecorrectie is de situatie iets minder rooskleurig: dan is er sprake van een lichte daling. .

Dat is op lange termijn geen gezonde situatie. De hele markt zou moeten groeien en met de markt ook de individuele bedrijven. Dan is er ook meer ruimte voor innovatie, voor opleiding en dus voor beter onderzoek voor de klanten. Een deel van het bedrijfsleven moet de waarde van marktonderzoek nog beter leren kennen. Hen dat diets maken is een taak voor onze bedrijven en onze federatie. De vernieuwde en verbeterde Febelmar-website - die nu up & running is - is daarin een belangrijk instrument. Vandaar dan ook een oproep naar u: maak gebruik van uw log-in en plaats actuele en relevante informatie over uw bedrijf op onze site.

Johan Schockaert
voorzitter

Avant-propos

Le secteur belge des bureaux d’étude de marché tient le coup en cette période de crise. En chiffres absolus, nous pouvons parler d’un statu quo. Une bonne nouvelle en soi, surtout que les entreprises ont aujourd’hui plus tendance à vivre selon leurs moyens qu’à réaliser beaucoup de (nouvelles) dépenses. Mais si nous tenons compte de la correction de l’inflation, le tableau est moins optimiste : il est alors question d’une légère diminution.

Cette situation n’est pas saine à long terme. L’ensemble du marché devrait se développer et avec lui les entreprises individuelles. Il y aurait alors plus de place pour l’innovation, la formation et donc une meilleure étude pour les clients. Certaines entreprises ne comprennent pas encore pleinement la valeur d’une étude de marché. Voilà une mission pour nos entreprises et notre fédération. Le site Web modernisé et amélioré de Febelmar – qui est aujourd’hui en service – est un instrument important en la matière. D’où cet appel qui vous est adressé : utilisez votre identifiant et publiez sur notre site des informations actuelles et pertinentes au sujet de votre entreprise.

Johan Schockaert
président



Johan Schockaert, 
voorzitter Febelmar/président de Febelmar


Voor uw agenda


Noteer nu al in uw agenda: het Febelmar-congres (‘Transformation Congres’) op 27 februari  2014. In de voormiddag is er een algemene vergadering van Febelmar.

  

Markt 2013: groei en krimp

De Belgische sector van de marktonderzoeksbureaus is er een van twee snelheden: een deel groeit en een ander deel krimpt. Dat blijkt uit de cijfers die Febelmar bij de leden verzamelde.

Uit de cijfers over de ontwikkeling van de omzet in 2012 (vergeleken met 2011), in de eerste helft van 2013 en de verwachting voor het hele jaar 2013 blijkt dat de markt in absolute cijfers stabiel blijft. Maar als er rekening wordt gehouden met de inflatiecorrectie is er sprake van een lichte daling. “Dat betekent dat er evenveel of zelfs méér onderzoek wordt gedaan voor minder budget,” vat Patrick Coucke, algemeen directeur Febelmar, de trend samen. Febelmar vroeg de marktonderzoeksbureaus naar de omzetontwikkeling, de personeelsontwikkeling en de trends in onderzoeksmethoden. Daarnaast zijn er ook cijfers van de ‘mood-barometer’ van het derde kwartaal (een initiatief van EFAMRO, waaraan deze keer 21 Febelmar-leden deelnamen).
Op basis van de cijfers over de eerste zes maanden van dit jaar en de vooruitzichten voor het hele jaar valt het Coucke op dat er bij een aantal bureaus een (soms sterke) groei is maar dat er ook een aantal zijn waarbij er sprake is van een (soms serieuze) daling. “Als je dan naar de mood-indicator kijkt, dan is het opvallend dat meer dan de helft een groei voor zichzelf verwacht en meer dan de helft denkt dat de totale markt achteruit gaat. Dat wijst er wellicht op dat er groei is door wegpakken van omzet bij andere bureaus,” aldus Patrick Coucke.
Wil dat zeggen dat de Belgische bureau een moeilijke periode tegemoet gaan? “Niet noodzakelijk,” antwoordt Coucke. “De Belgische markt is in vergelijking met het buitenland al goedkoper ondanks het feit dat we met twee talen zitten. De bureaus zijn al hyperefficiënt. We zitten wel in een context dat er wat prijs betreft minder betaald wordt voor meer werk - en dat altijd in de twee talen. We hebben een state of mind om heel efficiënt te werken.”

Voordeel?

De vraag is of Belgische bureaus hiermee hun voordeel kunnen doen en met hun lagere prijzen ook meer onderzoek in het - duurdere - buitenland kunnen doen. Coucke maakt daarbij de kanttekening dat er al veel Belgische bureaus over de grens actief zijn. Daarnaast is het zo dat veel van de beslissingen over onderzoek door (grote) klanten op multinationaal niveau genomen worden en niet meer in België en dat het dan vaak bij multinationale marktonderzoeksbureaus terechtkomt. Coucke wijst er eveneens op dat de verwerking van data ook niet meer altijd in België gebeurt maar in goedkopere landen in het Oostblok of in India.
En België als testmarkt voor Europa? Zo’n dertig jaar geleden was ons land dankzij de twee gemeenschappen de mini-uitvoering van de grote Europese Germaans/Angelsaksische en Latijnse scheidslijn. Die positie is onder druk komen te staan. Europa is door de jaren heen eenvormiger geworden. “Het onderscheid noord-zuid in ons land is niet meer de grote toegevoegde waarde,” zegt Coucke

Mood

Overigens doet ons land het internationaal gezien niet slecht, afgaande op de ‘Europese’ mood-indicator van EFAMRO. 20%  van alle respondenten samen verwacht voor hun eigen bedrijf gelijkblijvende omzetten, 50% denkt dat die zullen stijgen en  28% dat die dalen. 2% weet het nog niet. In ons land denkt 10% aan een status quo, 58% aan stijging en 32% aan een daling. De visie op de ontwikkeling van de totale markt wijkt daarvan af. Van alle respondenten samen denkt slechts 22% dat de omzet groeit, 54% verwacht een gelijkblijvende omzet en 20% voorziet een daling. 4% geeft ‘weet niet ‘ aan. In ons land verwacht 14% een marktgroei, 58% houdt het op een status quo en 14% zegt dat de markt zal dalen. De Zuid-Europese landen Spanje, Portugal en Italië zijn over het algemeen pessimistischer gestemd. Het Verenigd Koninkrijk is zeer optimistisch: 96% voorziet groei voor zichzelf. 25% denkt dat de markt als geheel groeit 12% denkt aan een daling.


Febelmar lanceert nieuwe website

Vandaag is de nieuwe website van Febelmar ‘up & running’. De site is er voor en door de leden en vormt de basis van de communicatie van de federatie. General manager Patrick Coucke geeft meer details.

Vandaag gaat de vernieuwde website van Febelmar ‘publiek’. Febelmar had al een website, maar die was, zoals Febelmar-general manager Patrick Coucke zegt, voor verbetering vatbaar. “De website was in het verleden niet gemaakt met oog voor de verschillende stakeholders,” aldus Coucke. De nieuwe site is zo opgebouwd dat de diverse stakeholders snel de voor hen relevante informatie kunnen vinden. “En de leden zullen beter aan bod komen. Alle leden krijgen een log-in waarmee ze hun informatie kunnen aanpassen. We hebben besloten om als er zaken wijzigen bij de leden (bijvoorbeeld personeelswisselingen) de verantwoordelijkheid bij hen te leggen om die door te voeren. Dat gaat sneller dan off-line, waar ze het eerst aan het bureau moeten doorgeven dat het dan aanpast.”

Zoekmotor

Belangrijk is ook dat de leden aangeven wat hun specialiteit is om zo research buyers die op de site naar partners zoeken snel info te geven. Febelmar heeft een zoekmotor achter de site gezet. Coucke: "Research buyers kunnen criteria over methodologieën en sectoren ingeven (bijvoorbeeld advertising research of etnografisch onderzoek) en ze krijgen dan een selectie van marktonderzoeksbureaus. We merkten al dat daar behoefte aan was van (buitenlandse) klanten die ons vragen stelden over welke bureaus in aanmerking zouden komen voor hun opdracht. De leden  kunnen op de site hun specialiteiten en ervaringen aangeven.”
De vraag is ook in welke taal de site is opgesteld, zeker ook als men daarmee ook buitenlandse bedrijven informatie wil geven. Net als de vorige site is deze drietalig, Nederlands, Frans en Engels. De zoekmachine is ééntalig Engels. Coucke: “Dat is een courante taal in onze sector en dat maakt het ook gemakkelijk voor internationale klanten. Veel termen in de researchwereld zijn al in het Engels. Ik zou trouwens niet weten hoe je ‘mystery shopping’ in het Nederlands zou benoemen...”

Stages

Vacatures, een sterk punt uit de vorige site, komen ook op de nieuwe versie terug. “De vacatures worden gelezen en kregen veel respons. Die worden altijd al snel ingevuld,” zegt Coucke. “In de nieuwe site breiden we die service uit met stageplaatsen bij de leden.”
De nieuwe site is er nu wel, maar die moet ook bekend gemaakt worden. Dat gebeurt onder meer op deze plaats in de eigen newsletter van Febelmar en daarnaast in de marketingvakpers. Verder mikt men op de sociale media (LinkedIn en Twitter) “...zodanig dat onmiddellijke relaties van Febelmar het weten en ook de vrienden en hun vrienden de weg naar Febelmar kunnen vinden,” aldus Coucke.
Overigens heeft Febelmar ook aandacht voor search engine optimalisatie. De professionele wereld weet wat Febelmar is, maar voor degenen die minder vaak met marktonderzoek in contact komen is een hoge plaats in de Google-resultaten een voordeel als er naar ‘marktonderzoek’ gevraagd wordt. “Voor bepaalde doelgroepen, is SEM zeker niet onbelangrijk,”stelt Coucke.


Rogil Research en Keystone Network gaan samen in haystack

Rogil Research (gespecialiseerd in kwantitatief sensorisch onderzoek) en Keystone Network (met een specialisatie in kwalitatief psychologisch merkonderzoek) zijn samengegaan tot ‘haystack’. In een persbericht heet het dat “...de combinatie van kwalitatief onderzoek, kwantitatief onderzoek en objectieve meetmethodes haystack toe (laat) vernieuwende oplossingen wereldwijd aan te bieden.”
Rogil wilde al enkele jaren kwalitatief onderzoek in het aanbod naar de markt integreren. Dat deed men tot voor kort eerst via freelancers. “We hadden een vaste samenwerking met partners/freelancers, maar het bleven toch twee disciplines onder één dak, terwijl we net een volledige integratie van kwalitatief en kwantitatief geïnspireerde research methodes nastreefden ” aldus Ludovic Depoortere. “We zijn vervolgens met andere partijen in de markt gaan praten, waaronder Keystone. De ambities van Keystone lagen dicht bij die van Rogil.”Depoortere, nu ceo haystack, zegt dat Rogil ook een groeistrategie volgde waarmee men in 2017 de omzet wilde verdubbelen. 
Rogil kwam overigens op het juiste moment in contact met Keystone, dat net in een heroriënteringsfase zat. “Voor beide bedrijven was de fusie dan ook een mooie opportuniteit,” zegt Depoortere.
Rogil startte in 1974 de activiteiten en haalt net niet de 40 jaar onder die benaming. Door het samengaan met Keystone (met meer dan 25 jaar ervaring) verdwijnen de namen van de twee fusiepartners. Met haystack heeft men een naam gevonden die een activiteit weerspiegelt (zoeken naar een naald in een hooiberg) en toch neutraal genoeg is. “We wilden een merknaam die niet gelinkt zou zijn aan de voorbije 30 jaar, en ook een betekenis heeft in wat we de komende 10 jaar voor onze klanten willen doen,” aldus Depoortere.
De activiteiten van Rogil en Keystone zijn nu gecentraliseerd in Leuven. Wel behoudt men een veldwerklocatie van Keystone in Brussel.


Ludovic Depoorter en Rolf Verlinden


Présenter : l’art de la communication

Febelmar organisera le 25 novembre un atelier Techniques de présentation. Une présentation de qualité requiert une bonne préparation, une bonne technique et surtout une présence de qualité... Pascal Renard (Simply Talking) dirigeront l’atelier. 

Réaliser et interpréter une étude de marché est une chose. Présenter les résultats de cette étude – en interne ou au client – en est une autre et n’est pas une mince affaire pour tout le monde. Les membres de Febelmar expriment le besoin de former ou d’actualiser les connaissances de leurs employés en la matière. Le directeur de Febelmar, Patrick Coucke, déclare : “Dans le contexte d’une étude de marché, une ‘bonne’ présentation des résultats de l’étude et des recommandations peut faire la différence. Cela signifie (dans le pire des cas) qu’une étude de marché rondement menée peut être anéantie par une mauvaise présentation (fournie de façon maladroite, peu convaincante ou en ne mettant pas suffisamment l’accent sur les aspects les plus pertinents). Durant leur formation universitaire, les étudiants ne sont en général pas formés dans le domaine des présentations. Pour cette raison, les bureaux d’étude de marché investissent dans ce domaine par le biais, notamment, d’une formation organisée par Febelmar.” L’atelier Techniques de présentation va être organisé par Simply Talking, l’entreprise de Sylvie Verleye. Pascal Renard dirigera l’atelier francophone le 11 septembre et Sylvie Verleye l’atelier néerlandophone le 24 septembre.

L’art

Pour Pascal Renard, fournir une présentation est un art. “Il s’agit de l’un des arts les plus complexes, car vous êtes totalement impliqué face à votre public qui juge votre fragilité ou votre force. Il dira ensuite : c’était vraiment génial, tu dois aller l’écouter la prochaine fois, ou, au contraire, c’était nul, évite à tout prix d’assister à ses présentations ! La présentation est donc souvent associée à l’orateur. Il est nul ? Non, il s’est planté dans sa présentation. Il s’agit en fait d’une personne très compétente, experte dans son domaine, mais qui n’arrive tout simplement pas à communiquer avec force ses messages, …ce qui est un autre métier.”
Pascal Renard sait par expérience que de nombreuses personnes ont appris elles-mêmes à fournir une présentation, souvent en imitant de bons exemples dans leur entreprise. “Si elles ont de bons gestionnaires qui sont vraiment de grand orateurs et de bons communicateurs, le résultat peut être magnifique. Mais c’est assez rare. et une formation est souvent particulièrement utile.”
Il souligne le fait qu’une présentation permet de passer du domaine de l’écrit au domaine de l’oral et de la présence physique. Et Renard de poursuivre : “Je dis souvent qu’il ne suffit pas de parler pour être entendu. Il faut exister. Il faut une présence. Un travail doit être réalisé autour du comportement non verbal, des silences, des regards. Le regard est fondamental, c’est la première parole. Dès lors, un orateur qui commence à parler sans même regarder son public est déjà mort.”

Metteur en scène

Dans leur atelier, Verleye et Renard partent de trois points : le niveau d’auteur, le niveau de metteur en scène et le niveau d’acteur. Pascal Renard : “Le niveau d’auteur est le contenu que l’on veut transmettre, le message. C’est la connaissance. L’auteur fait donc de son mieux pour rédiger un contenu de qualité. Et puis tout à coup, il se trouve devant son public et il fait de son mieux pour atteindre le troisième niveau que j’appelle le niveau d’acteur. Comme un acteur de théâtre. . Face à son public. Avec son public. Et toute son authenticité. Et entre les deux, il y a le niveau de Metteur en scène. Quelle approche adopter pour transmettre un message en fonction du public ? C’est la personne qui regarde partout, qui dit d’attendre, qu’il y a trop de lumière, trop de bruit, que tel mot plutôt qu’un autre saura mieux toucher le public. En résumé, il faut travailler sur les trois composantes : auteur, metteur en scène et acteur.”
Quelle est l’influence du stress ? Lorsque vous faites face à dix ou vingt personnes, le stress et la nervosité peuvent jouer un mauvais tour. La situation peut aussi se produire lorsque vous devez fournir à votre client une présentation sur une étude réalisée. Le stress et la gestion du stress font également partie de l’atelier – interactif. “En fait, le stress est lié à un manque de contrôle”, explique Renard. Une des façons de reprendre ce contrôle est la visualisation positive. “Avant votre intervention, vous devez visualiser les choses, vous devez vous visualiser plusieurs fois répétant votre prise de parole, visualiser les gens qui vous écoutent, qui vous sourient, qui sont passionnés par les messages que vous transmettez. Il s’agit de répétitions mentales et visuelles que le cerveau considère comme autant d’expériences déjà réellement vécues de façon très positive…  et cette démarche permet de se sentir plus en contrôle.” Il y a bien sûr beaucoup d’autres astuces…
Et est-il bon d’apprendre une présentation par cœur ? Renard dit : “Il faut répéter de nombreuses fois, c’est clair. 3 minutes de présentation, c’est parfois 30 heures de travail. Le grand problème dans les entreprises est que chaque fois que j’en parle, on me répond : ‘Oui, c ‘est vrai, mais l’intervalle de temps qui s’écoule entre le moment où j’apprends que je vais devoir fournir une présentation et le moment où je le fais réellement est souvent très court. Et même si ce délai n’est pas serré, si je le sais par exemple un mois à l’avance, les données et les informations finales me sont transmises tardivement par les autres services.’ Parfois, les derniers éléments du message doivent être ajoutés la veille. Il est donc difficile de répéter. Il faut vraiment avoir des réflexes. Et c’est ce que la formation développe : des réflexes. A tous les niveaux : tant celui du contenu, de la structure, que celui de la forme, du savoir-être.”
En outre, Simply Talking souligne qu’un fichier Powerpoint peut être un fil conducteur d’une présentation mais qu’il ne peut pas prédominer. Pas de longues phrases, mais des images. Renard souligne : “La tendance est : stop, ras-le-bol des Powerpoint. Donc un minimum de Powerpoint et – si possible – un maximum de présence physique. L’important est donc le message transmis par le biais du storytelling.”


Informations pratiques

L’atelier Techniques de présentation d’une journée sera organisé en français le 25 novembre et en néerlandais le 24 mars (dirigé par Sylvie Verleye). Prix : 350 euros pour les collaborateurs des membres de Febelmar et 500 euros pour les collaborateurs des non-membres de Febelmar. Renseignements et inscriptions : www.febelmar.be.


Pascal Renard


Nouveau livre d'InSites : 'The Consumer Consulting Board'

‘The Consumer Consulting Board : Consumers shaping your business’ est le titre d'un nouveau livre rédigé et publié par InSites Consulting. Kristof De Wulf, CEO d'InSites Consulting, a composé le livre avec la collaboration de Tom De Ruyck, Head of Consumer Consulting Boards InSites Consulting. “Nous faisons tellement d'analyses et d'études qu'il serait dommage de ne pas les compiler sous la forme d'un livre”, explique De Wulf. Cet ouvrage, à mi-chemin entre un magazine et un livre, se veut visuel et facile à lire. Il reprend notamment des études pour H.J. Heinz, Vodafone, Air France/KLM, Heineken, IKEA et Unilever. “Ce n'est pas un livre qui se lit d'une traite. Vous pouvez vous y plonger de temps à autre. Vous pouvez tout à fait commencer par le milieu”, précise De Wulf. Il ajoute toutefois qu'il y a un fil conducteur à travers le livre et qu'il ne s'agit pas d'un ‘assemblage désordonné’.
Le fil rouge est la façon dont les entreprises peuvent impliquer le consommateur dans leurs orientations stratégiques. “L'objectif est véritablement de donner au consommateur le pouvoir qu'il mérite”, ajoute De Wulf. Il a constaté une augmentation considérable du pouvoir et de l'influence du consommateur au cours des cinq dernières années, notamment grâce à l'avènement des appareils mobiles (smartphones, tablettes). “À tout moment, le consommateur peut partager n'importe quel instant de sa vie. C'est un grand bouleversement. Les consommateurs deviennent les ‘antennes’ d'une organisation, qui lui permettent ainsi de se diriger. Ce que l'on remarque également, c'est que les marques modifient leur façon de penser et se rendent compte que les ‘trucs’ des années quatre-vingt et nonante en matière de brand building sont dépassés. Il y a désormais un plus grand respect du consommateur.”
De Wulf met également le doigt sur la connexion permanente entre marque/entreprise et consommateur. “Cela dépasse l'aspect tactique. On touche ici à l'avenir, la stratégie. Le consommateur ne se contente pas de valider, il inspire la marque.” La connexion structurelle met selon lui également les études ad hoc sous pression.
D'ailleurs, la théorie ne dit-elle pas que le marketing part toujours du consommateur ? Découvrir les besoins et proposer des solutions pour y répondre ? “C'est ce que l'on a toujours dit, mais pas toujours fait”, ajoute De Wulf. “Désormais, nous pouvons véritablement nous y consacrer, grâce à la technologie.”
Le livre est disponible en version papier et électronique.


Kristof De Wulf & Tom De Ruyck


FocusUP: nadruk op methodologie

Patrick Vander Weyden zette in 2009 FocusUP op - naast zijn activiteiten als  prof  Statistiek en Methodologie aan de Universiteit Gent. Sinds begin 2013 gaat al zijn aandacht naar FocusUP. Methodologie blijft voor hem de basis.

Het grote herenhuis in Antwerpen waarin FocusUP is gehuisvest, stond in de nazomer een beetje overhoop. De benedenverdieping en de vergaderzaal op de eerste etage hebben ook de functie van fotogalerij (Vander Weyden Gallery). Deze maand (november) opent die met een tentoonstelling van werk van Tim Dirven. Fotografie is een passie van Patrick Vander Weyden (45). Een andere passie is marktonderzoek, of beter gezegd een goede methodologie van onderzoek en een gedegen analyse. Dat is wat hij sinds 2009 met FocusUP nastreeft. Hij startte indertijd het bureau toen hij nog statistiek en methodologie aan de Universiteit Gent doceerde. Maar sinds januari 2013 houdt hij zich uitsluitend bezig met FocusUP.  “Als ik van één ding spijt heb, is dat ik zo lang aan de universiteit ben gebleven,” zegt hij. “Er is een totaal andere wereld voor mij open gegaan. Ik heb nu voluit gekozen voor het ondernemerschap en het is fantastisch.”
FocusUP doet zowel kwalitatief als kwantitatief voor vooral overheden, NGO’s en ledenorganisaties. Bedrijven zijn in het klantenpakket nog in een minderheid. Voor interviews werkt het bureau met face-to-facetechnieken en met online, maar bij die laatste techniek plaats Vander Weyden een kanttekening. “Ik kom uit een sterk methodologische traditie aan de KULeuven,” stelt hij. Online is prachtig, maar werkt vooral in niches en voor duidelijk omschreven doelgroepen, bijvoorbeeld bij personeelsleden van wie men alle e-mailadressen heeft. Maar bij grote doelgroepen stelt hij vragen omtrent de representativiteit van online-onderzoek. “Om snel gegevens te verzamelen met een beperkt budget kun je online gaan. Maar daar zetten wij niet op in. We zetten in op een hoge representativiteit voor ons onderzoek. We doen voor ledenorganisaties af en toe nog postale enquêtes als we niet van iedereen e-mail-adressen hebben.”

Device-onafhankelijk

FocusUP is eveneens actief op het vlak van ICT om interviews te optimaliseren. Men werkt bij face-to-face-interviews enkel nog met tablets. “Als er een internetconnectie is, worden onmiddellijk alle gegevens doorgestuurd. Is de tablet offline dan kan de interviewer de enquête blijven afnemen, maar vanaf het moment dat er weer connectie, worden de data doorgestuurd,” aldus Vander Weyden. FocusUP werkt inmiddels ook aan software voor enquêtes die ‘device-onafhankelijk’ is. Die moet zowel op smartphones, tablets als laptops kunnen werken. “De bedoeling is die integratie niet alleen voor ons zelf te gebruiken maar ook ter beschikking te stellen aan andere onderzoeksbureaus en universiteiten De reden waarom ik bezig ben met de technologie is de link met de universiteiten. Ik heb veel (universitaire) projecten geleid in ontwikkelingslanden als Tanzania, Guyana, Zuid-Afrika... De devices die men daar gebruikt, zijn heel anders: veel goedkope Blackberry-smartphones. Voor die landen is device-onafhankelijk en offline interessant, want in de binnenlanden kun je niet overal online gaan. Dat kun je in het beste geval ‘s avonds in je hotel. Je hebt toch overal minimaal een telefoonconnectie.”
Vander Weyden zegt dat er veel gebeurt in de ontwikkelingslanden, ook technologisch. FocusUP doet er veel impact-onderzoek voor internationale organisaties. “Ik stel in het kader daarvan ook vast dat er veel talent is in die landen.”

Talent

Via zijn academische links kan hij op die manier in die landen talent inzetten voor onderzoek voor organisaties en bedrijven die in onze contreien gevestigd zijn. “Dat zijn nieuwe, opkomende markten,” aldus Vander Weyden. “Tanzania bijvoorbeeld heeft een jaarlijkse groei van 8 à 10%.”  Naast internationale organisaties (overheden, NGO’s) wil hij ook het bedrijfsleven interesseren voor onderzoek in die landen. Daarin past de recente beslissing om lid van Febelmar te worden. Vander Weyden: “Ik denk dat we de commerciële sector veel te bieden hebben. Bedrijven willen informatie uit die landen, willen de behoeften nagaan. Onze meerwaarde ligt erin dat we in België het aanspreekpunt voor de  bedrijven zijn en we de goede connecties met de andere landen hebben.”
Hij wijst er op dat internationale organisaties zeer veeleisend zijn als het gaat om de kwaliteit van het onderzoek. Veeleisender dan het bedrijfsleven. Zijn de bedrijven dan  soms al tevreden met quick & dirty-onderzoek? Vaak wel. “Ze hebben vandaag een vraag en willen er morgen al een antwoord op hebben zodat ze er hun beleid op af kunnen stemmen. Dat is veel te snel. Ik vraag me trouwens af hoe bedrijven die zoiets vragen, een goede strategische planning kunnen maken. Goed onderzoek vraagt voorbereiding. Als je een marktonderzoek wil laten doen, dan moet je weten dat goede dataverzameling tijd vraagt.”
Vander Weyden vindt overigens ook dat bij de aanvang van een onderzoek te weinig essentiële vragen worden gesteld. “Wat wil je weten, wat wil je doen? Daaruit volgt de  onderzoeksmethodologie. Wij besteden veel tijd aan die vraag - ook al is die tijd niet altijd betaald. Als de vraagstelling van een onderzoek niet duidelijk gedefinieerd is, leidt dat tot ondermaatse rapporten.”


Patrick Vander Weyden


'Always-on research' in de lift

Febelmar hield op 1 oktober een workshop over ‘Always-on research: managing online communities’. De workshop werd gegeven door Tom De Ruyck en Thomas Troch (InSites Consulting). Always-on research zit internationaal in de lift. Uit de  GRIT-studie blijkt dat 45% van de bedrijven online-communities gebruikt en dat 38% van de ondervraagde ondernemingen deze methode van kwalitatief onderzoek ‘under consideration’ heeft. Workshopleider Thomas Troch: “Het is een methode die de kinderschoenen is ontgroeid en volwassenheid heeft bereikt.”
Het verschil met de klassieke kwalitatieve onderzoeken op basis van focusgroepen is dat de groep (van 50 tot 150 respondenten) niet voor enkele uren fysiek samengebracht moet worden, maar dat online communities voor de duur van minstens drie weken geconnecteerd zijn en opdrachten kunnen uitvoeren. Dergelijke opdrachten kunnen gaan tot het sturen van foto’s van de badkamer of slaapkamer. De respondenten loggen via hun laptop of pc in. Smartphones en tablets zijn voor het onderzoek in onze contreien interessante ‘add-ons’.
De benaming always-on moet niet letterlijk genomen worden. Het is geen big brother-achtig type onderzoek waarin de moderator weet waar de respondenten zijn of ze hier-en-nu opdrachten geeft. Wat kan gebeuren is dat bij de review van een tv-programma met een kwartier voor de start ervan een sms stuurt. “Always-on betekent vooral lang in de tijd,” aldus Troch.


Thomas Troch


Le Parlement européen adapte le règlement sur la protection des données

Le Parlement européen a adopté les amendements sur les propositions de la Commission européenne en matière de protection des données. L'UE et les États membres peuvent désormais adapter les règles pour la protection de la vie privée. Selon le Parlement européen, cette adaptation est nécessaire. L'actuel règlement date en effet de 1995. À l'époque, Internet n'avait pas encore connu la croissance fulgurante que l'on connaît désormais.
Si un pays tiers souhaite traiter des données provenant de l'UE, la commission nationale de protection des données doit d'abord donner son accord. Le droit de suppression des données est confirmé et le traitement des informations personnelles nécessite le consentement de la personne concernée. La personne doit également pouvoir se rétracter aisément. Le Parlement européen souhaite également limiter le profilage qui permet notamment de prévoir le comportement des citoyens. Cette pratique devrait toujours nécessiter l'accord de la personne. Et chacun a le droit de s'opposer à toute forme de profilage.
L'EFAMRO (la fédération européenne des associations des professionnels dans le domaine des études de marché) a dressé un aperçu des conséquences du règlement européen pour les organisations actives dans le domaine des études de marché :
  • Les organisations d'études de marché relèvent de leur commission nationale de protection des données, même si elles collectent des données dans d'autres pays de l'UE.
  • Si une organisation traite beaucoup de données personnelles, un ‘data protection officer’ doit être désigné. Cette personne doit pouvoir se consacrer entièrement à cette tâche afin de conserver son impartialité.
  • Les exigences existantes concernant l'accord des participants lors des entretiens à des fins d'étude restent inchangées, mais d'autres formes d'études impliquant un accord implicite doivent être reconsidérées.
  • L'exception actuelle pour le traitement de données existantes à des fins d'analyse historique, statistique et scientifique est maintenue. 


intrinsiQ en FieldForce gaan strategische alliante aan

De Gentse veldwerkbureaus intrinsiQ en FieldForce zijn op 1 augustus een strategische alliantie aangegaan. De twee bureaus blijven onafhankelijk van elkaar bestaan, maar ze werken samen. De aanleiding voor de samenwerking was het aflopen van het huurcontract van FieldForce op de Pensmarkt in Gent. FieldForce was zo vragende partij.
De samenwerking houdt in dat voor alle kwalitatieve marktonderzoeken in het Gentse er voortaan een beroep wordt  gedaan op de faciliteiten van intrinsiQ. Verder voegen de twee bedrijven hun respondentenpanels tot één grote database waardoor rekruteringen in de toekomst nog vlotter zullen kunnen verlopen.

members / PROUD TO BE PART OF IT

  • AQ-Rate
    Profacts
    InSites Consulting
    Qualtrics
    M-Eye - Mystery Shopping Expertise
    GfK Belgium
  • V-G Sensory
    Listen
    JTL Market Research
    DéfiLine
    The Nielsen company
    SynapsesQuali
  • Let me know! Market Research
    CheckMarket
    Ipsos NV
    Akkanto
    Store Support
    Results IMS
  • Research Now
    intrinsiQ
    Helion Market Research
    D-Sense
    IVOX
    Maresco
  • FQC
    Auxipress
    Quality & Marketing Solutions (QMS)
    Emakina / Insights
    SSI
    Dedicated
  • Indiville
    Kantar TNS
    Egerie Research
    boobook
    Haystack International N.V.
    Market Probe
  • HEC Consulting Group
    HEC Consulting Group
    HEC Consulting Group
    HEC Consulting Group
    HEC Consulting Group
    HEC Consulting Group