DECEMBER 2013 / Febelmar newsletter

Voorwoord

Na vier jaar voorzitterschap van Febelmar geef ik in februari aanstaande de fakkel, of beter gezegd de hamer door. In die vier jaar heeft het bestuur gewerkt aan een veranderingsproject binnen Febelmar. Iets meer dan vier jaar geleden had de toenmalige voorzitter immers een evaluatie gemaakt van Febelmar en het besluit was dat de vereniging muf was en structureel moest veranderen.

Daar hebben we onze schouders ondergezet en ik ben blij met de positieve spirit die we in Febelmar hebben kunnen brengen. Alle grote spelers zijn vertegenwoordigd en er zijn veel nieuwe, kleinere bedrijven bijgekomen. Er is een grote actieve inbreng van de leden die ondernemingsoverschrijdend meewerken aan Febelmar. We hebben meer aandacht voor onze stakeholders (en moeten die nog meer de hand reiken), we hebben een permanente structuur die als een bindmiddel werkt, er is een vernieuwde website, er is een newsletter, er zijn opleidingen en er is een succesvol congres. Dat zijn stappen die gezet zijn. En Febelmar moet nu met een nieuw bestuur in een volgende fase daarop voortbouwen.

Rest mij u prettige eindejaarsfeesten en veel succes in 2014 (zowel privé als zakelijk) toe te wensen. En ik hoop u allen in groten getale te mogen ontmoeten op het tweede Febelmar-congres op 27 februari aanstaande.

Johan Schockaert
voorzitter

Avant-propos

Après quatre ans de présidence à la tête de Febelmar, je passerai le flambeau – ou, plutôt, le marteau – en février prochain. Durant ces années, la direction a œuvré à un projet de transformation au sein de Febelmar. Voici un peu plus de quatre ans, le président de l’époque avait fait le bilan de Febelmar, et le constat était sans appel : 
la société était à la traîne et devait changer au niveau structurel.

Nous avons donc pris le problème à bras-le-corps, et je suis heureux de l’esprit positif que nous sommes arrivés à insuffler à Febelmar. Tous les grands acteurs sont aujourd’hui représentés, et nous avons été rejoints par de nombreuses nouvelles entreprises plus modestes. Les membres qui participent à la cogestion de Febelmar apportent également une importante contribution. Nous accordons une attention accrue à nos parties prenantes (nous devons leur tendre la main encore bien davantage !), et nous possédons une structure permanente qui agit comme un véritable ciment. Enfin, nous pouvons nous targuer d’un site Internet rénové, d’une lettre d’information bien conçue, d’une offre de formations diversifiée et d’un congrès couronné de succès. Autant de pas dans la bonne voie. Avec sa nouvelle direction, Febelmar doit à présent entamer une nouvelle phase et construire plus avant sur ces nouvelles bases.

Il me reste à vous souhaiter de joyeuses fêtes et une excellente année 2014, tant sur le plan privé que professionnel. J’espère vous rencontrer nombreux lors du deuxième congrès Febelmar, le 27 février prochain !
Johan Schockaert
président



Johan Schockaert, 
voorzitter Febelmar/président de Febelmar


27 februari: tweede Febelmar-congres


Febelmar organiseert op 27 februari aanstaande het tweede Febelmar-Congres. Het congres heeft net als de eerste editie plaats in Diamant te Brussel (aan de Reyerslaan dicht bij de VRT- en RTBf). Thema is ‘Transformation’ en keynote-speakers zijn Joeri Van den Bergh (InSites) en Jef Staes. Onthaal is vanaf 13.00 uur. Het congres start om 13.30 uur en sluit af om 18.30 uur, waarna er nog tijd en ruimte is voor networking tijdens een drink. Meer info op www.FebelmarCongress.be.
  

Congres 2014
Tweede Febelmar-congres: transformation ook als opportuniteit

Transformation is het thema van het tweede Febelmar-congres op 27 februari 2014. Waarom dat thema? En is er ook voor de tweede editie sprake van transformation van het congres? Uitleg van Tim Duhamel (InSites Consulting) van de congres-taskforce.

Transformation - verandering, omvorming - is het thema ven het Febelmar-congres. De wereld in het algemeen verandert sterk en dat heeft een grote impact op de manier waarop business gedaan wordt. Zowel in brede als in enge zin. En de wereld van het marktonderzoek is daar niet immuun voor. “Er komen nieuwe methodes en nieuwe methodologieën die niet alleen kunnen maar in sommige gevallen ook moeten toegepast worden,” zegt Tim Duhamel. “De traditionele methode van werken is niet meer altijd even effectief. Op verschillende vlakken is het probleem ‘generiek’, zoals de respons die - onafhankelijk van de toegepaste methodiek - daalt. Daar moeten we rekening mee houden én daar moeten we als sector een oplossing vinden. De wereld verandert en we moeten nagaan hoe we daarop in kunnen spelen. Dat is niet alleen defensief, maar ook offensief. We zijn ervan overtuigd dat we daardoor meer kunnen leveren aan de klant dan wat hij vraagt. Dit is geen doemdenken, maar een opportuniteit.”
Om dat onderwerp verder uit te diepen heeft men twee keynote-speakers aangetrokken. Joeri Van den Bergh (InSites Consulting) en Jef Staes (expert op het vlak van business en cultuur-innovatie). Van den Bergh zal het onderwerp van de moeilijk bereikbare jongeren aansnijden. Dat is een algemeen gegeven en niet methode- of kanaal-afhankelijk. Staes gaat als relatieve buitenstaander in op een wereld in verandering en wat er nodig is om aan echte innovatie te doen. Daarnaast is er een aantal meer praktische voorbeelden met cases over hoe marktonderzoek verandert en hoe daarmee omgegaan wordt. Daarbij zullen net zoals de vorige editie marktonderzoeksbureaus en klanten het podium delen.

Reacties

Febelmar heeft na de eerste organisatie bij de deelnemers gepeild naar de reacties en de wensen. Daaruit bleek dat het congres inhoudelijk goed zat, maar dat vooral het deel na de middagpauze iets te zwaar was. Daarop inspelend zal de congresorganisatie de ‘slots’ meer ‘behapbaar’ maken, de presentaties inkorten én strenger zijn op het zich houden aan de toegemeten spreektijd. Een andere grote verandering is het aanvangsuur. Vorige keer was dat 10.00 uur, net na de file. Tenminste dat was de bedoeling maar in de praktijk bleek dat het fileleed op dat tijdstip nog niet geleden was. Men start nu om 13.00 met de ontvangst van de deelnemers en om 13.30 uur met het congres, dan dan doorloopt tot 18.15 uur. Voor de leden van Febelmar is er in de voormiddag de algemene vergadering. Het voordeel van het latere startuur is ook dat deelnemers in de voormiddag nog op hun werkplek kunnen zijn.
Niet alles verandert echter. Wat blijft is de samenwerking met Esomar (al is die iets minder intensief). Via Esomar heeft men enkele sprekers kunnen vastleggen en zo is er een soort ‘best of....’ van Esomar-congressen. Ook de voertaal blijft hetzelfde: Engels. Duhamel zegt wel dat er wat commentaar op gekomen is, maar van de andere kant kunnen sprekers van over de grens op die manier de voordrachten volgen en erop reageren. Ten slotte maakt men tijdens de dag genoeg momenten vrij voor networking. Dat is immers ook een functie van een congres.

Ambitieus

Febelmar mikt voor de editie 2014 op 300 deelnemers. Duhamel: “De eerste maal hadden we zo’n 220 deelnemers. We zijn nu wat ambiteuzer.” En men mikt ook niet alleen op de leden, dus de marktonderzoeksbureaus. Vorige keer was de verhouding marktonderzoekers-klanten 50-50. “Die verhouding zullen we zeker opnieuw nastreven. Het systeem dat leden pakketten (5,10, 15 deelnemers) kunnen kopen en zo ook klanten uit kunnen nodigen, passen we nu weer toe.”
Het complete programma zal begin januari op de website van Febelmar beschikbaar zijn. Inschrijven kan overigens nu al (www.febelmarcongress.be). Tot 8 februari 2104 is er immers ook een ‘vroegboek’-korting.

Congres 2014
Keynoter Joeri Van den Bergh: klassiek onderzoek moet evolueren

Joeri Van den Bergh (InSites Consulting) is één van de twee keynote-speakers tijdens het komende tweede Febelmar-congres. Hij blikt vooruit en toont hoe marktonderzoek moet evolueren in de komende drie decennia, een periode waarin de ‘Millennials’ als consument en als respondent een grote rol spelen.

Wat mogen de congresgangers verwachten van keynote-speaker Joeri Van den Bergh (InSites)? Van den Bergh: “Ik ga in op hoe marktonderzoek moet evolueren om interessant te blijven in de komende drie decennia.” Waarom dertig jaar? Van den Bergh wijst erop dat het de jaren van de ‘Millennials’ zijn, degenen die tussen 18 en 34 jaar oud zijn. Die groep is groot, ze zijn de kinderen van de babyboomers en ze zijn digitaal ingesteld. “Marktonderzoek moet de komende dertig jaar met hen werken. Ze zijn interessant voor de bedrijven want ze zijn degenen die nu professioneel actief worden en de babyboomers gaan vervangen. En die babyboomers zijn hun ouders. Samen maken die twee groepen de helft van de bevolking uit. Het zijn de twee grootste generaties en daartussen zit de generatie X die kleiner is in omvang. De Millennials hebben een andere stijl, een andere karakteristiek en daarom zal marktonderzoek in de toekomst ook moeten veranderen.”

Papier

Een vragenlijst op papier bijvoorbeeld kan bij de Millenials niet meer. “Zelfs telefoon wordt al moeilijk,” weet Van den Bergh. “Dit is de mobile- en online generatie. Een klassieke vragenlijst is ook veel te topdown. Daar hebben ze het moeilijk mee. Ze willen betrokken zijn, ze willen geen gesloten antwoorden. Daarom hebben we gedurende een aantal weken met hen online contact. Ze hebben rechtstreeks met de brandmanager of de marketingmanager contact. Ze willen aan onderzoek deelnemen maar ze zijn kritisch. Ze willen weten wat er met die studie gaat gebeuren, voor welk merk het is. Vroeger was het anoniem en zei men niet over welk bedrijf of merk het ging, want dat kon het onderzoek beïnvloeden.”
Aan de hand van enkele cases (van PepsiCo,DE Master Blenders, Diageo en Heineken) zal hij daar verder op in gaan. Daarbij maakt hij gebruik van het CRUSH-brandmodel dat de basis vormt voor Van den Bergh’s boek ‘How Cool Brands Stay Hot’. CRUSH staat voor Coolness, Realness (merk-authenticiteit), Uniqueness, Self-identification with the brand (het merk als vriend) en Happiness (positieve emoties opwekken).

Passie

Van den Bergh heeft zich bij InSites gespecialiseerd in het onderzoek met en naar jongeren. “Jongeren hebben me altijd al geboeid,” zegt hij. “Ik heb daar een passie voor. Bij Vlerick was ik ook al bezig met onderzoek bij jongeren. Je staat dicht bij de generaties, je ziet hoe de ene generatie anders is dan een andere. Het is geen trendwatching, dat is wat anders dan marktonderzoek, maar je bent met deze aanpak bezig met de toekomst.”
De vraag is hoe dicht marketeers bij die Millenials staan? Of beter gezegd: hoe ver ze van die jongeren af staan. Zeker op executive-niveau, waar de iets oudere marketeers zitten, is de afstand groot. Van den Bergh geeft workshops bij merken als Axe, Diesel en Coca-Cola (voorheen Kraft) die zich met hun producten op jongeren richten. De zittende marketeers - vooral de groep tussen 35 en 50, de Generation X - verliezen volgens hem de draad en lopen het risico ook in het bedrijf door ondernemende Millenials voorbijgestoken te worden. Er speelt daar ook een - onverwachte - generation-gap. Niet de - oudere - babyboomers verliezen het contact met de Millenials, maar de Generation X die nu op middle-management-niveau zit. “Marketeers uit de babyboomgeneratie zijn de ouders van de Millenials en ze hebben door dat ze thuis anders met hun kinderen moeten omgaan. De kinderen zijn in het bedrijf even mondig als thuis. De Millenials stappen rechtstreeks daar rechtstreeks naar de ceo,” aldus Van den Bergh. En daar hebben de generation X-marketeers in het middle-management het moeilijk mee. “Die generatie komt langs twee kanten onder druk: enerzijds de Millenials die snel willen gaan en van onderuit duwen en anderzijds de bayboomers die blijven werken tot 65, 70 jaar.”

Connecteren

Van den Bergh pleit ervoor met de Millenials te connecteren binnen en buiten het bedrijf en hen meer te betrekken bij de leiding, ze eerder verantwoordelijkheid te geven. “Het gaat om intrapreneurship. Jonge mensen sneller kansen geven, meer aan hen delegeren, meer projecten geven waarvoor ze de volledige verantwoordelijkheid hebben. Bij succesvolle ondernemingen zoals Forever 21 komen Millenials al eerder in een executive job.”
Geldt dat overigens ook voor InSites? Van den Bergh: “Acht op de tien in ons bedrijf zijn Millenials. Er zitten jonge mensen in het management. We geven hen kansen, bijvoorbeeld ook om als ex-pat in onze buitenlandse kantoren te werken.”

Congres 2014
Keynoter Jef Staes: van een 2D-maatschappij naar een 3D-maatschappij

Jef Staes is expert op het vlak van business en cultuur-innovatie. Hij opent als keynote-speaker het tweede Febelmar-congres op 27 februari. Staes maakt zich sterk dat de maatschappij van tweedimensionaal overgegaan is naar driedimensionaal. De bestaande structuren zijn daar echter niet aan altijd aangepast.

Jef Staes is een vreemde eend in de marketingbijt. Hij is immers software-ingenieur van vorming, geen marketeer. Hij is verder training manager en corporate learning officer en staat organisaties bij in veranderingsprocessen. Dat organisaties moeten veranderen staat voor hem buiten kijf. Zijn uitgangspunt is dat er vandaag veel informatie is en dat die informatie gebruikt kan worden voor nieuwe producten, voor innovaties. Maar, zo stelt hij, “...de bedrijven zijn niet gestructureerd om dat enorme potentieel te benutten. Bedrijven zitten vast in structuren die hun oorsprong vinden in een tijd van weinig informatie. We komen uit een tweedimensioneel tijdperk, een vlak tijdperk.” Dat tijdperk kenmerkt zich door een gestructureerde opleiding: vanaf een bepaalde leeftijd ga je naar school en hoe langer je school loopt, hoe hoger in de hiërarchie van een bedrijf en hoe mee je verdient. “En de managers stuurden de medewerkers,” aldus Staes. Voor passie en talent was geen plaats.
Dat is nu anders in een 3D-wereld boordevol informatie. De oude, vaste structuren werken niet meer. Topdown past niet meer. Het moet nu van onderuit komen. Aan passie en talent moet nu voorrang gegeven worden. “Als je dat niet hebt, kun je niet competitief blijven in al die verandering,” zegt Staes. En een ander type manager moet het voortouw nemen. “Ze moeten een visie hebben. Ze moeten toegang geven tot informatie. Dat staat haaks op de managementstijl van 20 jaar geleden.”

Stom

Staes vergelijkt de ontwikkelingen vaak met die in de filmindustrie. In 1927 betekende de geluidsfilm een revolutie. Tot dan toe was er alleen sprake van de stomme film. Na 1927 ontwikkelde de sprekende film zich. Dat zorgde voor een andere manier van film maken én voor andere acteurs. Veel acteurs uit de periode van de stomme film hebben de overstap naar de sprekende film niet kunnen maken. Staes: “Ze hadden de passie en het talent niet om hun stem te gebruiken. Er kwam verzet tegen de verandering en de discussie werd afgeblokt door de ‘stomme’ acteurs van vroeger. Zo’n ontwikkeling is vandaag ook bezig in de bedrijfswereld.”
Verandering is immers moeilijk. De meeste mensen zijn juist bang van verandering. “Maar veranderen is wat we vandaag moeten doen,” aldus Staes. “We komen van die 2D-tijd en gaan naar de 3D-tijd. Vandaag is er meer toegang tot informatie en dan moet je je talent gebruiken. Dat kom je tot ideeën die heel confronterend zijn, die creatief destructief zijn. Voor veel mensen valt zo hun reden van bestaan weg. Maar als je wil veranderen dan moet je toelaten dat er met passie en talent wordt gewerkt. Je moet die mensen een kans geven en beschermen tegen degenen die niet willen. Een veranderingsproces loopt stroef. Niet omdat de mensen niet willen, maar omdat ze niet weten hoe. Als je dan toont hoe een idee werkt, dan gaan ze mee. Dat mag echter geen topdown veranderingsproces zijn.”

Drama

Voor Staes is het drama van deze tijd dat de organisaties van vandaag niet gebouwd zijn om te innoveren. Zowel aan werknemers- als aan werkgevers kant. Staes betoogt dat de vakbonden oubollige zaken nastreven. “De vakbonden zijn de ‘stomme acteurs’. De ‘sprekende acteurs’ zijn de zelfstandigen zonder personeel. Jongeren en ouderen die met passie en talent zelf beschikken over hun tijd,” aldus Staes. Dat kan zich uiten in een werkweek van drie dagen band en twee dagen poetsen. Of een chirurg die zegt ‘ik opereer niet vijf op zeven dagen, maar drie op zeven en omdat graag kook werk ik twee dagen in restaurant’. Het is dan aan de organisaties de beste match te vinden met de passies en de talenten van de mensen.
Staes wijst er ook op dat veel ceo’s nog niet zo ver zijn. Dat blijkt nu ook in de huidige crisisperiode. “De ceo valt terug op kostenbesparing. Daar is op zich niets fout mee, omdat je anders die periode niet kunt overbruggen. Dat heeft in het 2D-denken ook altijd gewerkt. Is de crisis voorbij, is de kostenbesparing overleeft, dan is er weer meer geld. Maar dan gaat men weer dezelfde producten maken als ervoor.” In de 3D-tijd is dat voorbijgestreefd. Juist in de crisisperiode moet er ook geïnnoveerd worden en niet alleen kosten bespaard worden. Het ‘gevaar’ is dan dat als je dat niet doet, er een ander dat wel doet. Denk maar aan de sprekende film...

Congres: vroegboek-korting

Vroeg inschrijven voor het tweede Febelmar-congres op 27 februari 2014 loont: wie voor 7 februari aanstaande inschrijft profiteert van een korting van 70 euro (zowel voor leden als niet-leden van Febelmar). Leden betalen dan 200 euro, niet-leden 250 euro. Net als vorig jaar kunnen er ook pakketten van 5, 10 of 15 inschrijvingen aangekocht worden.
Inschrijven op www.FebelmarCongress.be.

Fringe Factory: marktonderzoek aantrekkelijk maken

The Fringe Factory heeft onlangs het Fringe-rapport uitgebracht. Daarin gaat men in op de noodzaak marktonderzoek aantrekkelijk te maken voor studenten en pas-afgestudeerden. The Fringe Factory is een onafhankelijke groep van jonge marktonderzoekers (zowel bij marktonderzoeksbureaus als bij klanten ervan) opgestart binnen Esomar. Voor ons land is onder anderen Thomas Troch (InSites Consulting) daarbij betrokken. “The Fringe Factory bestaat el enkele jaren,” zegt hij. “We hebben begin vorig jaar gekeken wat de verwezenlijkingen zijn en wat de missie is van The Fringe Factory. We hebben vooral de nood gevoeld te werken aan de perceptie van marktonderzoek bij jongeren. Dat hebben we gekwantificeerd via onderzoek in acht landen bij graduaatstudenten en op basis daarvan hebben we concrete aanbevelingen gedaan.”
Eén daarvan is het doorgaan met ‘evangeliseren’ rond marktonderzoek door het geven van gastlessen aan universiteiten en hogescholen. Het probleem is dat studenten vaak geen goed beeld hebben van wat marktonderzoek kan zijn. Thomas Troch: “Wat studenten te zien krijgen, is heel statistisch, kwantitatief onderzoek. Dat is belangrijk, maar daarnaast stijgt het belang van kwalitatief onderzoek. De nieuwe technieken in online-onderzoek en onderzoek via social media komen niet aan bod en de studenten hebben er ook geen ervaring mee als participant. Als ze in contact komen met marktonderzoek is het niet altijd positief: een vragenlijst die saai en te lang is of gestoord worden voor een telefonisch interview tijdens de maaltijd... Ze hebben een eenzijdig beeld. Dat houdt hen tegen om in onze sector verder te gaan. Maar we hebben jong talent nodig.” The Fringe Factory heeft aanbevelingen geformuleerd om de andere, interessante(re) kant van het marktonderzoek te benadrukken.
Bekijk de slides op slideshare

Nederland - België volgens Johan Schockaert

Johan Schockaert verdeelt bij GfK zijn tijd sinds een goed jaar tussen België en Nederland. Hij is er managing director GfK Consumer Experiences. Wat zijn zijn ervaringen en vooral welke verschillen ziet hij tussen België en Nederland?

Begin 2013 verruilde Johan Schockaert binnen de GfK-organisatie België voor Nederland waar hij als managing director aan de slag ging. In Nederland is eenzelfde ontwikkeling bezig als in ons land: het samenvoegen van verschillende GfK-entiteiten tot één GfK, One GfK zoals het intern heet. “Ik ben in niet eenvoudige omstandigheden in Nederland gekomen, in een veranderings- en integratieproces. Er zijn drie sterke entiteiten die geïntegreerd moeten worden,” zegt Schockaert. “Dat is een zware uitdaging. Maar de manier waarop ik er ontvangen ben, is zeer goed. Ik vind het heel leuk in Nederland. Er is een gigantisch cultuurverschil, maar ik word er sterk geapprecieerd. Ik heb de indruk dat een Vlaming in Nederland gemakkelijker geaccepteerd, aanvaard wordt, dan andersom een Nederlander in Vlaanderen.”

Compromis

Belgen staan internationaal bekend als compromis-zoekers (niet voor niets zijn er veel in hoge internationale posities, zowel in het bedrijfsleven als in de politiek). Is dat ook het geval voor Schockaert in Nederland? “We zoeken compromissen, ja. Dat is een sterk onderdeel van de Belgische cultuur die gewaardeerd wordt. Nederland heeft echter ook het poldermodel met heel veel overleg. Maar men houdt er wel langer en harder vast aan de eigen standpunten. Consensus is een sterk punt van Belgen, vooral in een coördinerende rol, zeker als je aparte bedrijven moet samenbrengen,” aldus Schockaert. “Maar langs de andere kant: er wordt in Nederland heel hard gediscussieerd, maar als er een beslissing genomen is, dan wordt die heel gemakkelijk gezagsgetrouw gevolgd. Ik heb nooit gevoeld dat men het moeilijk had met beslissingen ondanks de directheid van de Nederlanders.”
Het is inderdaad geen gemakkelijke taak. GfK heeft drie entiteiten, één in Dongen bij Breda, één in Hilversum en één in Amstelveen. “We zoeken synergieën. Er zijn al gigantische stappen gezet en die worden hard geapprecieerd door de medewerkers en door de klanten. Alles begint met vertrouwen. Vertrouwen is cruciaal om succesvol zaken te doen.”

Versnippering

Zijn er verschillen tussen Nederland en België in de manier waarop marktonderzoek wordt toegepast? Is er een ander researchklimaat? Johan Schockaert zegt dat de verschillen niet zeer groot zijn. Wel valt het hem op dat drie grote marktonderzoeksbureaus 60 à 70% van de totale omzet doen en dat er daarna “...een gigantische versnippering is met veel kleine, statistische bureaus die samen sterk groeien. In België heb je ook die dominantie van de grote bureaus maar zijn de versnippering en het aantal kleine bureaus minder.” Verder ziet hij bij bedrijven in Nederland ook een grotere openheid naar marktonderzoek. De uitgaven per capita liggen er ook hoger dan in ons land. Maar Schockaert plaats daar wel een kanttekening bij: “Ik heb het gevoel dat in Nederland de crisis nu harder toeslaat dan in België. Dat vertaalt zich in minder uitgaven voor marktonderzoek. Bij grote en middelgrote bureaus zijn er al ontslagen gevallen.”

KMO-MKB

Vaak wordt gezegd dat België een KMO-land is. Is het MKB (midden en klein bedrijf) in Nederland vergelijkbaar met KMO’s in ons land? Schockaert vindt het moeilijk daar op te antwoorden. Maar, zegt hij: “Wat ik apprecieer in Nederland is het enorme ondernemersklimaat, niet alleen bij de kleine maar ook bij de grote bedrijven. Ze zien het makkelijker grootser dan wij. Ze zijn ambitieus, gaan er voor en werken op een gestructureerde wijze ernaar toe. In België zijn we ook ondernemend, maar we zijn iets bescheidener.” Uit die gestructureerde aanpak zich dat ook in meer aandacht voor marktonderzoek? Schockaert: “Dat klopt wel. Maar we moeten oppassen dat we niet te veel in clichés vervallen.”
Overigens werkt Schockaert nu in een ééntalige omgeving wat de respondenten betreft. Dat vergemakkelijkt het opzetten van onderzoek. Het vreemde is dat het doen van onderzoek in ons land door de tweetaligheid ingewikkelder en dus duurder is, maar dat de prijzen in België voor marktonderzoek lager liggen dan in Nederland. Schockaert: “Maar de marges staan in Nederland ook onder druk...”

Prijzen voor InSites Consulting

InSites Consulting is in Verenigde Staten (waar het bedrijf nu bijna twee jaar actief is) onlangs in de prijzen gevallen bij de NGMR Disruptive Innovator Awards van 2013. De NGMR Awards zijn een organisatie van Next Gen Market Research (NGMR) en The Market Research Event (TMRE). Ze bekronen vernieuwende bedrijven en personen die leiderskwaliteiten gedemonstreerd hebben en die in grote mate bijgedragen hebben tot baanbrekende innovaties die de vooruitgang in de onderzoekssector stimuleren.
De jury betoogde dan InSites Consulting “...deze erkenning grotendeels te danken heeft aan een aantal innovatieve technieken die het bedrijf inzet in verschillende domeinen van sociale media en online onderzoek. Hun bijdrage was cruciaal om deze nieuwe methodologieën wijder te verspreiden, vooral in Europa waar men gewoonlijk terughoudender is tegenover nieuwe online onderzoekstechnieken. Een deel van het succes kan ook verklaard worden doordat InSites Consulting een open dialoog en interactie tussen klanten, leveranciers en de academische wereld (onder wie ook jonge marktonderzoekers) stimuleert via zijn steun aan ESOMAR, BAQMaR, MOA, etc.”

members / PROUD TO BE PART OF IT

  • AQ-Rate
    Let me know! Market Research
    GfK Belgium
    SSI
    DéfiLine
    HEC Consulting Group
  • D-Sense
    Research Now
    Dedicated
    Quality & Marketing Solutions (QMS)
    intrinsiQ
    The Nielsen company
  • Ipsos NV
    Store Support
    Kantar TNS
    M-Eye - Mystery Shopping Expertise
    JTL Market Research
    Akkanto
  • Indiville
    Emakina / Insights
    Results IMS
    Listen
    Egerie Research
    CheckMarket
  • Maresco
    boobook
    Market Probe
    Haystack International N.V.
    Profacts
    IVOX
  • Helion Market Research
    Qualtrics
    FQC
    InSites Consulting
    SynapsesQuali
    The Cube